Agenda IJzertijdboerderij Dongen 2012

Zomerprogramma 2012

Themadagen

  • 14 April: Kinder-doe-dag. Een middag met veel doe dingen voor kinderen!!!!!!
  • 28 Mei: Verrassend Dongen: Handelsmarkt. (Voor extra info: zie onder aan dit bericht)
  • 23 en 24 juni:   Living History!!! Een weekend openstelling. Verschillende gastgroepen van de steentijd tot de vroege middeleeuwen gaan ons erf ‘bevolken’.  Jagers/verzamelaars, Vikingen, en zwaardvechters/huurlingen met hun gevolg. Deelnemers lijst volgt nog. (Voor extra info: zie onderaan dit bericht)
  • 15 september: Steendag. Wat was er allemaal mogelijk met vuursteen!!!!!
  • 27 oktober:  Textieldag.

28 Mei (tweede Pinksterdag) organisersen we voor het eerst een handelsmarkt. Behalve de uitbeelding van het dagelijkse leven in de IJzertijd  wordt er ook een markt gehouden! Verschillende standhouders proberen hun waren te verkopen!!!!!  Nieuwe standhouders zijn welkom, voor meer info graag een mailtje naar ijzertijdboerderij@hotmail.com)

Living History: We komen graag nog in contact met een groep uit de ‘Romeinse tijd’ . Meer info via ijzertijdboerderij@hotmail.com

 

 

 

Welkom in de IJzertijd

Featured

Welkom op deze site over het dagelijkse leven in de IJzertijd.

 

De poort is nog even gesloten tot het volgende seizoen. Een seizoen met een paar mooie thema dagen. ( zie onder categorie: agenda IJzertijdboerderij Dongen 2012)

 

 Laatste aanpassing weblog: 14-02-2012.  Van maand tot maand 2011 – 2012

Op deze web-log zijn o.a. technieken en ambachten te vinden uit het verre verleden. Centraal in deze web-log staat de IJzertijdboerderij te Dongen. (zie de site: www.ijzertijdboerderij.nl)

 

 

Mocht U zelf een bijdrage aan deze web-log willen geven, ideeën, op ofaanmerkingen hebben dan verneem ik die graag. Hopelijk ontstaat zo een blog voor en door iedereen die zich interesseert over het vroegere ( prehistorische) leven.

En mocht U geboeid raken en vrije tijd te veel hebben nieuwe vrijwilligers zijn altijd welkom!!!!

 

 

Benen fluit maken

Voor het maken van een benenfluit gebruik je het dijbeen van de achterpoot van een schaap.(deze botten zijn bij slachthuizen of de slager te verkrijgen) Aan de hand van de tekening is duidelijk te zien dat aan de brede kant van het bot het labium komt. (het labium is de rand waartegen de lucht wordt geblazen bij het ‘bespelen’ van de fluit) Zaag aan die kant de knook eraf. Zaag telkens, aan de ‘andere’ smalle kant van het bot, de knook in smalle reepjes af, tot een klein gaatje zichtbaar wordt van ongeveer 6 mm. Vervolgens dient het been goed gereinigd te worden in warm water. Het been mag niet gekookt worden, omdat het dan bros wordt. Het merg kan met een borstel makkelijk verwijderd worden. Na enkele uren in een bleekwateroplossing wordt het been helder wit. Eerst wordt het labium met een klein boortje in het bot geboord en gevijld. Ter hoogte van het labium wordt een stukje klei in het been gestopt. Vervolgens smeer je de binnenkant van het mondstuk in met olie of boter. Daarna wordt er bijenwas ( op de moderne manier gips) tot aan de bovenkant van het bot gegoten. Denk eraan om een draadje met knoop erin in het was mee te laten harden. Zodat de bijenwas hiermee weer te verwijderen is. Het ‘geharde bijenwas’ is, dank zij de aangebrachte olie of boter, makkelijk weer aan het draadje uit het been te trekken. De klei wordt met een stokje uit het been geduwd. In de bijenwas en het been wordt het windkanaal afgevlakt, waarna van het mondstuk de olie of boter wordt verwijderd. Dan breng je de bijenwas weer op zijn plaats met lijm. Behalve botten van een schaap worden ook vaak de ellepijp van vogels gebruikt om fluitjes te maken, vooral van zwanen.

Bovenstaande is met toestemming overgenomen van de website van Piet Visser (http://members.ziggo.nl/piet-marja/fluitjespiet/benenfluit.htm)  waarvoor hartelijk dank. De afbeelding is met toestemming overgenomen van BOOR, Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam, (www.rotterdam.nl/boor) waarvoor hartelijke dank.

van maand tot maand 2011-2012

Maart 2011, weer een nieuwe start van deze rubriek. Wat ‘speelt’ zich allemaal af op ons erf in het seizoen2011-2012? Langzaam ontwaakt in ieder geval de natuur op het erf. Enkele vroege inheemse planten laten al voorzichtig hun kleurenpracht zien waaronder het Maarts viooltje. Een echte voorjaarsbloeier die nu opvalt, als eenmaal de bladeren aan de struiken staan is hij al uitgebloeid en wacht rustig in de schaduw op het volgend voorjaar. Afgelopen zaterdag is het ook weer een werkzaterdag geweest. Vooral de jeugdige vrijwilligers hebben flink de handen uit de mouwen gestoken en hebben het vlechtwerk van de veekraal vernieuwd. Ook rondom de spieker moet dit vlechtwerk nog opnieuw gedaan worden. Daarnaast is het erf ook al een beetje opgeruimd want overal lag snoeihout en het oog wil tenslotte ook wel wat.

26-03-2011

De laatste zaterdag in de maand maart, traditiegetrouw de dag waarop het erf gereed wordt gemaakt voor de openstelling van het nieuwe seizoen.. Op deze dag werd door de dames druk gepoetst om ons onderkomen weer een beetje het aankijken waard te maken. De mannen hadden een andere zware taak. Volgende week zal er met de opening een speciaal ritueel worden uitgevoerd. En dit vergde dus wat inspanning maar vele handen maken licht werk. En nu maar hopen dat het nieuwe seizoen weer net zo’n goed seizoen mag gaan worden als die van 2010 !!.

02-04-2011

De eerste zaterdag openstelling van het nieuwe seizoen. Deze zaterdag met een speciaal tintje. In de wintermaanden is door een vrijwilliger hard gewerkt aan een plakgod en op deze dag werd deze d.m.v. een ritueel geplaatst. Met verenigde krachten van zowel de vrijwilligers als bezoekers werd het beeld omhoog getrokken. Uiteraard met de nodige ceremonie waarin vuur, water en lucht een belangrijk deel vormde. Als slot werd met oker handafdrukken op de boom geplaatst. Ieder met zijn eigen wens of gedachte, in ieder geval met de hoop dat deze plakgod ons bescherming en kracht geeft voor de toekomst Zou zal in het in de prehistorie ook zijn gegaan. Het was trouwens schitterend weer en de natuur laat zich ook van de beste kant zien. Langs de vijver staat de Myricaxa galexa in bloei. Deze naam zegt u waarschijnlijks niets het is echter een struik die vroeger in hoog aanzien stond.De Nederlandse naam is gagel. Gale is afgeleid van het Keltische woord gal, dat zoveel betekent als balsem. Naar wordt aangenomen, werd door de Kelten een extract gemaakt van de bladeren van gagel, dat diende om pijnen aan handen en benen te verzachten. In vroeger tijden werd extract van gagel toegevoegd aan bier en andere alcoholische drankjes. In later tijd is de gagel vervangen door hop maar tegenwoordig komen er weer steeds meer bieren op de markt waarin de gagel als smaakmaker wordt verwerkt. Zowel blad als stengels van gagel hebben klieren die het harsachtige aroma verspreiden. De boeren-plattelandsbevolking gebruikte blad en takken om muggen te verdrijven terwijl het ook tegen andere ongedierte gebruikt werd.

09-04-2011

Een zonovergoten zaterdag. Deze middag had de werkgroep vuursteenbewerking van de VAEE ons erf als ‘thuisbasis’. En al werd er in de IJzertijd niet zoveel vuursteen meer gebruikt voor werktuigen etc, het blijft toch altijd een mooie gezicht hoe uit een stukje ‘ordinaire vuursteen’ echte werktuigen ontstaan die vooral in het Mesolithicum en Neolithicum werden toegepast. Ook sommige van onze vrijwilligers waagde zich aan het afslaan van ‘klingen’. In ieder geval voor sommige weer een leerzame dag.

12-04-2011

Mannen van het eerste uur.. zo mogen we ze wel noemen. Toen het project zo’n 6 jaar geleden steeds meer vorm ging krijgen was het Duffhues Rieten Daken die ons project wilde sponsoren met o.a. het dekken van het dak van de boerderij. En nu kunnen we nog steeds een beroep op ze doen. De nok van de boerderij is vervangen door een nieuwe rollaag van riet. Riet dekken een ambacht die de prehistorische boer zelf wel uitgeoefend zal hebben. In ieder geval zijn wij blij met onze rietdekkers die dit ambacht hechten aan traditie, historisch besef en respect voor de natuur.

08-05-2011

De 2de themadag van het seizoen waarin de kinderen centraal stonden. Het was een gezellige drukte met  zo’n 180 bezoekers. En op deze kinderdoedag was er natuurlijk veel te doen. Over het weer hadden we ook niets te klagen alhoewel… de spelt begint op sommige plaatsen te verdorren door de aanhoudende droogte. En nu iets zaaien in de droge grond haalt ook al niets uit. Wachten dus op regen!!

14-05-2011

Deze dag alvast een ‘kleine’ voorbereiding voor onze metaaldag op 4 juni waarop we zelf een schachtoven willen gaan stoken om hieruit smeedbaar ijzer te winnen. De belangrijkste grondstof om ‘prehistorisch ijzer’ te maken is ijzeroer. Dit ijzeroer heeft een voorbehandeling nodig wat bestaat uit het roosteren. Omdat we zelf nog helemaal geen ervaring hebben opgedaan ‘van heel het ijzer maak proces’ zijn we blij met de (technische) hulp van Jan Jennissen die dit al veel vaker (op het Archeon) heeft uitgevoerd. In ieder geval is het voor ons de eerste stap naar het stoken van de schachtoven.

31-12-11.

Het kan nog net in dit jaar. Een laatste berichtje plaatsen. Het is lange tijd in deze rubriek stil geweest. Niet dat er niets te beleven viel op ons erf maar de achterliggende oorzaak is dat de web-log maanden lang eruit heeft gelegen. In ieder geval hebben we weer een heel mooi seizoen achter de rug met leuke drukke bezochte themadagen. Ook op het erf zijn we weer aan het klussen gegaan o.a. zijn we gestart met de bouw van de pottenbakkersafdak. bedoeling is dat er vanaf nu weer regelmatig berichtjes verschijnen op de blog.

28-01-2012

Op deze zaterdag een winteropenstelling.  Het weer werkte gelukkig heel goed mee. Droog mooi open weer en zo’n 5 graden. Zo’n 150 bezoekers mochten we ontvangen op het erf!!!! Op verschillende vuren werd een ‘potje gekookt’ en diverse ambachten werden uitgebeeld. We kregen ook nog onverwachts bezoek van een ‘speciale gast’. Door een kampvuurtje werd een muis ‘gewekt’ uit zijn winterslaap. Langzaam kroop hij uit zijn holletje naar buiten net naast de vuurplaats. Half versuft bleef hij wat zitten. Nadat hij op temperatuur was gekomen vertrok hij naar ‘elders’… hopelijk heeft hij nog een warm nestje kunnen vinden want de winter komt er nu echt aan!

 

05-02-2012

Heeft de voorspelde ‘horrorwinter’dan toch zijn intrede gedaan? Overdag rond de -5 graden en s’nachts dalend tot onder de -15 graden. De sneeuw die de vrijdag gevallen is met de aanvriezende mist levert het erf in ieder geval mooi ‘plaatjes’ op. Gisteren zouden we een werkzaterdag hebben gehad…………maar die is dus afgelast door de kou. Tja waar zijn ze gebleven die echte IJzertijders die het ééns wilde ervaren hoe het zou zijn in de winter…….Ik denk dat ik de verwarming ook nog maar eens een graadje hoger zet, 20 graden is toch nog best koud als je wat achter de pc hangt…… 

 14-02-2012

Al heeft de winter zich goed ‘laten zien’, op het erf ging het IJzertijdse leven gewoon door!  Onze rietdekkers hebben het nieuwe pottenbakkersafdak met riet gedekt. De nok wacht nog op een afwerking met heideplaggen en dan is hij zo goed als klaar. Afgelopen zaterdag werd ook voor de vrijwilligers het ‘IJzertijdverhaal’ van ons erf verteld zodat we met zijn allen éénduidig dit naar de bezoekers kunnen uitdragen. In Maart staan er verschillende workshops voor het uitbeelden van kinderactiviteiten gepland en zo komen we o.a.ook de lange winter door op weg naar het nieuwe seizoen.

glazen kralen en armbanden uit de IJzertijd

Glazen fragmenten van zogenaamde La Tène-armbandjes en kralen vormen het bewijs dat al in deIJzertijd glazen sierraden werden gedragen. La Tène is de aanduiding voor een Keltische cultuur ten noorden van de Alpen en is vernoemd naar de vindplaats in Zwitserland. Het voorkomen van La Tène-glas hangt in Nederland nauw samen met de cultuur van het volk der Eburonen. In Nederland zijn vooral fragmenten van glazen armbanden, ringen en kralen bekend. Vooral in de omgeving van Nijmegen is veel ‘ijzertijd glas’gevonden en het vermoeden bestaat dat het daar ook wel werd verwerkt. Maar het meeste van dit soort glas werd wel door ruilhandel verkregen. Het glas is vaak donker kobaltblauw, bruin, groen , purper of transparant.Voor het maken dit glas werd o.a. zilverzand, kalk, hout en soda gebruikt (soda werd verkregen uit verbrand zeewier.) De soda diende om de smelttemperatuur te verlagen. Ook kon voor dit doel Calciumcarbonaat worden toegevoegd. Het smeltpunt kwam hierdoor op ongeveer op 700 á 800 graden te liggen. Ook dit calciumcarbonaat werd verkregen door het verbranden van planten. Dit alles werd in een aardewerken kommetje in een oven samengesmolten tot een gloeiend hete, vloeibare massa. Zo’n oven had ongeveer de zelfde constructie en werking als de eerder beschreven Romeinse pottenbakkersoven. Tijdens het afkoelen kon het glas in de gewenste vorm worden gebracht zoals armbanden die op een soort van mal werden vervaardigd, of er werden kralen van gemaakt. Gekleurd glas werd verkregen door metaaloxiden toe te voegen. Koperoxide en Kobaltoxide geeft een blauwe kleur. IJzeroxide een groene. Het mangaanoxide werd gebruikt om het glas purper te kleuren. Meestal bevatte het (zilver)zand wat ijzerverbindingen zodat het glas een groen waas bezat. Om echter magaanoxide toe te voegen als ‘tegen kleur’ van het groene kon men een transparant wit glas maken. Met zinkoxide kon een ondoorschijnend wit glas worden gemaakt. De kleur geel verkreeg men met behulp van loodoxide. Glasdraden met deze kleuren konden als ‘extra’ versiering op het te maken sieraad worden ‘opgelegd’. Ook was het mogelijk om verschillende kleuren door elkaar te ‘walsen’ waardoor er mooie kleuren effect ontstonden. Kralen konden worden gemaakt om vloeibaar glas om een metalen kralenstaaf te ‘wikkelen. Zodra er een ring was gevormd, snijdt men de glaskraal af en om deze dan weer te verhitten trok het glas samen tot een mooie kraal. Getrokken kralen werden gevormd door een holle bol met behulp van 2 ijzeren staven uit te trekken. Hierdoor ontstond een lange buis, welke in stukjes gesneden kon worden. Deze kralen zijn dan buisvormig. Een laatste methode was om de kralen te persen met behulp van een mal. De half gesmolten glasmassa werd in een dubbele vorm geperst en hierna verder verhit. Bij dit soort kralen is vaak een gietnaad nog zichtbaar. Momenteel zijn er best veel vondsten bekent van het ”ijzertijdse glas’en er is al een voorzichtige aanname dat waarschijnlijk elke vrouw wel een ‘glazen sieraad’ in haar bezit had.

Met dank aan Huub Schmitz voor de foto’s 1, en 2 (zie http://www.archeologie-posterholt.nl)

Met dank aan museum Wierdenland voor toestemming gebruik afbeelding (zie www.wierdenland.nl)

smeden van een fibula

De fibula (ook doekspeld of mantelspeld) worden al duizenden jaren gebruikt en is dus beslist geen Romeinse uitvinding. Tacitus een Romeinse geschiedschrijver beschreef al dat de Keltische bevolking fibula’s vervaardigde. Ook de Germanen droegen ze. Fibula’s kunnen van vele materialen zijn gemaakt: o.a. van brons, ijzer, been, zilver of goud. Er waren verschillende typen voor man en vrouw en met verschillende functies. Mannen gebruikten tamelijk grote en stoer uitgevoerde fibula’s om hun mantel mee vast te maken. Vrouwen hadden vaak twee lichtere spelden aan weerszijden op de schouder, waarmee hun bovenkleed was bevestigd. Maar fibula’s konden ook gewoon voor de sier worden gedragen. Rond 1400 komen we geen fibula’s meer tegen en zijn ze vervangen voor knopen en knoopsgaten in de kleding. In de bijgaande ‘link’ veel meer informatie over fibula’s : http://dare.ubn.kun.nl/bitstream/2066/26407/1/26407___.PDF

Het smeden van een fibula.

Hieronder een korte omschrijving van het smeden van een Omegafibula. Neem een rond staafje ijzervan zo’n14 cm lengte en een dikte van ongeveer 0.5 cm. (A) Smeed hier de beide uiteinde over een lengte van ongeveer 5 cm taps toe. De lengte van het staafje wordt door deze handeling ongeveer 4 cm langer. De uiteinde moet ongeveer tot 2 mm in doorsnede blijven. (B)  Het volgende werkje bestaat uit het omzetten in een ‘krul’van deze uiteinde. (C) Hierna wordt op een ‘doorn’ de fibula in spé rond gesmeed/gebogen en heeft dan ongeveer een diameter van 5 cm. Er moet wel een opening tussen de krullen overblijven om in later stadium de naald erover heen te schuiven. (E) De naald voor de fibula bestaat uit een staafje ijzer van de zelfde dikte en ongeveer 10 cm lengte. De uiteinde hiervan wordt ongeveer over een lengte van 2 cm plat rechthoekig uitgesmeed. Deze wordt omgezet tot een oog. Het andere uiteinde wordt helemaal spits uitgesmeed. (D) Deze naald wordt nu over fibula geschoven (F)

Stoken van een gesloten kuiloven

Het eerste werkje is het graven van een ondiepe kuil. Hierin wordt hout gestookt zodat er een mooi as/houtskool laag ontstaat. Hierom heen worden de te bakken potten gezet. (foto 1) Doel van dit alles is om het eventuele aanwezige vocht uit deze potten te stoken en ook om de potten al voor te verwarmen. De potten worden regelmatig gedraaid zodat dit drogen en opwarmen egaal gebeurd. Dit alles neemt ongeveer 2 uur in beslag.  Hierna worden de potten gevuld met brandbaar materiaal zoals kleine takjes. Het vuur zelf wordt nu afgedekt met een laagje ‘vochtig materiaal’ in ons geval hooi, zodat de temperatuur getemperd wordt. Hierop worden nu de potten in piramide vorm gestapeld. Liefst met de opening naar beneden want hierdoor ontstaat en minder bakspanningen (foto 2 ) De tussen ruimte wordt opgevuld met allerlei brandbaar materiaal zoals takjes, hooi en stukjes hout. Hierom wordt hout gestapeld, eerst wat dunnere takjes en naar buiten toe dikker hout. (foto 3)  Tegen dit aan worden nu grasplaggen gelegd, zodanig dat aan de basis enkele openingen blijven voor zuurstof toevoer. Ook aan de bovenkant blijft een opening zodat we een natuurlijke ‘schoorsteen trek’ krijgen. (foto 4) Langzaam zal het vuur binnen deze hoop nu gaan uitbreiden en harder gaan branden. Het baksel moet tenminste een temperatuur van 750 graden hebben gehad wil het bruikbaar aardewerk zijn. Normaal gesproken moet het geen probleem zijn om deze temperatuur te halen. Enigste zorg is wel dat er geen gaten in de buitenkant vallen waardoor het vuur oncontroleerbaar wordt. Regelmatige inspectie en zonodig het weer in orde brengen is dus een ‘must’. Hierna is het rustig afwachten en na 24 uur kunnen we de hoop uit elkaar ‘pulken’ en het baksel aanschouwen. (foto 5) Als ongeveer 60% van het baksel het overleefd heeft mogen we stellen dat de stook geslaagd is! (Met dank aan Alain Haeck, zie ook http://www.legia-forum.org )

voedsel bewaren en conserveren in de prehistorie

Vocht, zuurstof en warmte zijn wel de grootste bederf veroorzakers voor voedsel. De prehistorische mens zal dit ook hebben ondervonden en verschillende methodes hebben gebruikt om zijn voedsel te bewaren. Allereerst was dit door het droog opslaan van veldgewassen zoals graan en bonen. Deze konden nadat ze goed gedroogd waren bewaard worden in potten of ze konden opgehangen worden aan touwtjes in zakken zodat de muizen en ratten er niet bij konden. Ook de spiekers (zie spieker) hadden de functie voor opslag. Vlees en vis (maar ook fruit) kon in de zon gedroogd worden. Natuurlijk gaat dit ook boven een vuurtje. Beste is om deze in dunnen schijven/moten te snijden en dan deze aan een rek in de zon te hangen zodat de wind en de zon ervoor zorgde dat het veel langer houdbaar werd. Zodra 80-90% vocht is ontrokken stopt de ontwikkeling van bederfwekkende bacterixeën. Uiteraard konden vis en vlees ook gerookt worden (zie vis en vlees roken). In hoeverre er zout werd gebruikt is niet geheel duidelijk omdat wordt aangenomen dat zout een ‘luxe’ handelsproduct is geweest ( zie zout) Zout kan op verschillende manieren worden gebruikt. Door verse producten goed in te zouten wordt er vocht aan ontrokken en wordt de vorming van bederfwekkende bacterixeën tegengegaan. Ook worden met opgravingen wel eens voorraadsilo’s in de grond terug gevonden. Deze deden vooral dienst voor bijvoorbeeld graanopslag. Zo’n voorraadsilo kon o.a. bestaan uit een grote pot die in de grond werd ingegraven maar kan ook een kuil zijn waarvan de zijkanten en bodem bekleed was met leem. En al lijkt het graan in deze voorraadsilo’s in ruste toch verbruikt deze zuurstof. Door deze ‘verbranding’  van zuurstof ontstond er ook nog een ander gas namelijk koolzuurgas. En het is dit gas dat ervoor zorgt dat er geen of minder zuurstof bij het graan kon komen waardoor de ‘kieming’ stopte. Al zijn er nog geen directe bewijzen dat er al in de prehistorie doelbewust bijen werden gehouden voor de honing, toch wordt aangenomen dat er honing werd gebruikt. (zie bijen, honing en mede)  Zoals we weten kan honing een conserverende werking hebben minst het suikergehalte hoog genoeg is. Brandnetel bladeren schijnen ook een bacterie remmende groei te bezitten. Hiervoor werd in vroeger tijd boter, vis en vlees in brandnetels verpakt om ze langer houdbaar te houden. Ook vet van de geslachte dieren kon de basis zijn om potten af te dekken zodat zuurstof weinig kans kreeg om de inhoud te laten bederven. Ook het ‘inkuilen’ van wortel gewassen kon worden toegepast. Een methode die door hobbytuinders nog volop wordt toegepast. Wortelgewassen zoals pastinaak worden gestapeld op een dikke laag bladeren of stro. Deze stapel wordt dan weer afgedekt met een laag stro of bladeren van 10 cm dikte. Hier tegenaan wordt aarde opgeworpen van tenminste 20 cm dikte. Boven aan de top wordt geen aarde opgeworpen want de hoop moet kunnen ‘luchten’. Wel wordt de punt afgedekt met een houten plank, eventueel verzwaard met een steen zodat het er niet in kan regenen. Rondom dit alles wordt een afwateringsgeul gegraven. Archeologisch vinden we van deze methode’s maar weinig terug, gewoon om de redenen dat deze technieken geen overblijfselen hebben achter gelaten. We moeten echter ook bedenken dat in de IJzertijdboerderijen de luchtvochtigheid veel ongunstiger was dan in de tegenwoordige huizen. Voor veel producten die dus vochtgevoelig waren had het conserveren nog maar een heel beperkte houdbaarheidsdata.

IJzertijd webwinkel

In deze webwinkel, (gebruiks)voorwerpen die door de vrijwilligers zelf zijn gemaakt. Behalve deze gebruiksvoorwerpen ook andere leuke dingen met een ‘IJzertijdse inslag’. Prijzen zijn excl.Verzendkosten. Indien interesse dan een mailtje sturen naar snoeren42@yahoo.com.

 

Handgesmede messen. Totale lengte ongeveer 20 cm. Lemmet ongeveer zo’n 10cm. Prijs €12.50 per stuk

Mes_a_3

 

 

 

 

 

Bloemen uit de IJzertijd

Een zakje zaad met meer dan 25 verschillende soorten bloemen. Het zakje is voldoende voor 3 á4 vierkante meters en bevat één-jarige, twee-jarige Bloem 80en vaste planten. Veel van de soorten staan voortaan op de ‘rode lijst’ en zijn dus beschermd omdat ze zeldzaam zijn geworden. Komt ook nog eens bij dat veel van deze planten drachtplanten zijn voor insecten. Een mengsel dus waar veel vlinders en bijen maar ook u zelf van kan genieten. Zaaiinstuctie staat op de verpakking. Enkele soorten zijn: veldsalie, blauwe knoop, wilde cichorei, grasklokje ,magriet enz.  Kosten €1.50

 

Heggen, hagen, heiningen

Met het ontstaan van de landbouw ontstond ook het probleem om deze gewassen te beschermen. Dit beschermen was niet alleen nodig voor loslopend vee en wild, maar ook wind en zandverstuivingen zorgde in latere tijd voor overlast. Eenvoudigst bescherming was om een vlechtwerk te maken met wilgen of hazelaarstenen. In de grond werden ‘stammetjes’ geplaatst, als we hier wilg voor nemen heeft dit het grote voordeel dat deze gaan groeien en hier knotbomen van kunnen maken die om de 2 á 3 jaar weer voldoende vlechtmateriaal levert op de heining te herstellen. En is de wilg wel de bekendste knotboom ook tal van andere loofbomen kunnen als knotboom worden aangewend waaronder lijsterbes, els, haagbeuk, populier en eik. Het teveel aan hout kan ook nog worden aangewend voor stookhout. Dit soort afrastering heeft echter het nadeel dat wind er vrij spel door had. Een goede afscheiding is ook te verkrijgen door een takkenril te maken. Weer worden stammen in de grond gezet maar nu in een dubbele rij. In de rij de palen op een onderlinge afstand van zo’n 11/2 meter plaatsen. Als breedte tussen de rij kan 1m worden aangehouden. De tussenruimte kan dan opgevuld worden met allerhande snoeiafval, takken en boomstronken. We verkrijgen om deze manier een hele dichte haag die een uitstekende biotoop vormt voor veel zoogdieren en vogels. Nadeel van een takkenril is dat deze regelmatig voorzien moet worden van nieuw snoeimateriaal omdat het oude verrot en inklinkt. Of dit systeem ook in de prehistorie werd toegepast is twijfelachtig immers het snoeiafval kon ook nog gebruikt worden om ovens te stoken. Een andere methode was het aanleggen van heggen of hagen. Dat in deze hagen veel zangvogels hun broedplaats erin konden vinden was mooi meegenomen. Het nut van deze zangvogels mag bekent zijn door het opruimen van de vele schadelijke insecten die de akkers belaagde. De oorsprong van hagen is al zeer oud, en in sommige streken zijn aparte vlechttechnieken ontstaan die kenmerkend zijn voor die streek. ( o.a. Achterhoekse heg, de Maasheg en de Zeeuwse heg) Ceasar schrijft: De Galliers toppen jonge bomen en buigen ze om , waardoor veel takken in de breedte gaan groeien , waar ze dan braam-en doornstruiken tussen zetten. Zo bereiken ze dat deze hagen als een soort muren bescherming bieden; je kunt er niet doorheen gaan of zelfs maar doorheen kijken. Er zijn veel inheemse boomsoorten/struiken geschikt om zo’n heg af te leggen maar het beste is wel de meidoorn die met zijn stekels voor een dichte ondoordringbare barriére zorgde. De eenvoudigste manier om een heg aan te leggen is om gewoon de boompjes in enkele rij te planten. Houdt grofweg 4 stuks per meter aan. Ook kan een dubbele rij worden geplant ( zogenaamde driehoeksverband) Houdt als afstand tussen de rijen zo’n 30 cm aan er worden nu 6 stuks per meter geplant. Dit soort heggen dienen om de 2 jaar tot de gewenste hoogte te worden terug gesnoeid. Het beste is ook dat de onderkant breed is en naar boven toe steeds smaller zodat er een soort piramidevorm ontstaat. Dit soort heggen kunnen wel honderd jaar meegaan. Door (vee)vraat of omdat de onderste takken te weinig licht kregen konden er gaten in zo’n heg vallen. Een oplossing hiervoor is om een heg te vlechten. Door buigen, inkappen van takken en stammen probeerde men zoveel mogelijk horizontale takken in een heg te krijgen. Dit inkappen/zagen kan het beste gebeuren vanaf de grond schuin naar boven toe. Voordeel hiervan is dat er geen water in de ontstane snede blijft staan. Andere inheemse houtsoorten die het goed doen in een heg zijn o.a. sleepruim, sporkehout , braam, hulst, mispel en egelantier. Heiningen zijn houtsingels die ook een beschermde functies uitoefende. Vaak werd er een sloot gegraven en het zand dat hierbij vrij kwam werd als een dijk opgeworpen. Om deze dijk te beplanten verkreeg men ook een goede bescherming. Echter de houtopstand op een heining was hoger als die van een heg en er konden zelfs bomen opgroeien die later voor de bouw van een boerderij konden worden gebruikt. Ook leverde deze heiningen veel hakhout. (ook wel geriefhout genaamd) De meeste loofbomen , die aan de grond worden gekapt , vormen uit de stronk nieuwe stammetjes. En deze kunnen om de 7 tot 15 jaar weer opnieuw worden gekapt voor uiteenlopende doeleinden. Op www.heggen.nu staat veel informatie over heggen afleggen, onderhoud etc.